5: Hami baseko samaya ekdam ramailo thiyo!   Leave a comment

“family business”

Het droge woestijnachtige klimaat vanaf januari is sinds begin maart vlot veranderd in de kleffe vochtige hitte afgewisseld met tropische regenbuien die we kennen van de moessontijd. Met de toenemende temperatuur neemt ook de hoeveelheid Duitse teams toe die komt aanwaaien. Laatst zaten we met 15 man om de tafel. Onze Trudie is er weer om onder anderen de gang van zaken in de keuken te regelen, van kussenslopen en servetten operatiekapjes te maken en ga zo maar door.

In totaal hebben we met meer dan 60 mensen intensief kennis gemaakt. We delen niet alleen de keuken, maar ook  alle verwondering en emoties van de dag met elkaar. Het is interessant om te zien hoe verschillend mensen op de situatie hier reageren. Het is ook uniek om met zoveel verschillende ervaren chirurgen te werken en te zien hoe zij met ontwikkelingswerk omgaan. Waar de een het ziekenhuis zoveel mogelijk wil verwesteren laat een ander met alle gemak de cultuur in z’n waarde, ten koste van de opgelegde westerse medische regels. Ook is grappig te bemerken dat er soms (tand)artsen kiezen hier te komen uithelpen maar zo snel mogelijk vol afschuw vertrekken om nooit meer terug te komen.

patienten spelen op ziekenhuis terrein

Bram begrijpt dat verlangen naar de westerse luxe goed. Hij vroeg laatst aan een Nederlandse patholoog die ons hier kwam bezoeken, hoeveel nachtjes hij nog moest slapen voordat hij naar huis mocht. Het enige dat Bram zal missen zijn de zusters waar hij zo intens dol op is geworden.. en zij op hem! De kinderen zijn erg open geworden naar de al die verschillende karakters om ons heen. Maar ze hebben het ‘t meest naar hun zin op het gras met de patiëntjes. Vooral als er schisis teams (hazen lippen) zijn is de sfeer in het ziekenhuis veranderd in een happy family sfeer van niet al te zieke kinderen met gelukkige ouders. Totaal anders dan bij de brandwonden. Mereltje produceert soms een mix van Engels, Duits en Nepalees in een zin. Doortje heeft een hechte vriendschap met een Tibetaans vluchtelingetje gesloten. Zij woont in een weeshuis bij de Bhoudha, waar de grote stupa staat, en leidt een indrukwekkend bestaan tussen de andere Tibetaanse kinderen die door hun ouders voor een beter leven naar Nepal zijn gestuurd. Nepal is niet bepaald vriendelijk voor de vluchtelingen. Die hebben hier geen enkel recht. In het weeshuis is er hooguit een uur per dag de kans om op de binnenplaats te zijn. Alle kinderen worden geacht Engels te praten en voor elk woord Tibetaans dat zij stiekem met elkaar uitwisselen moeten ze 10 rupi’s betalen aan de staf. Bijna ieder kind daar heeft een persoonlijke (meestal westerse) sponsor, anders zouden ze überhaupt al geen onderdak in Nepal krijgen.

schisis team actief op polikliniek

Nepal is overspoeld met fondsen, NGO’s en persoonlijke sponsoren. Deels komt dit omdat Nepal een prachtig land is met zeer vriendelijke mensen en een rijke cultuur. Kortom, een heerlijk land om te zijn, te reizen en te ontwikkelen.. We zeggen wel eens: de “aaibaarheidsfactor” van Nepal is ERG groot.  Ook in de gesprekken met de moeders van de Nederlandse school komt dat item vaak naar voren. De meeste expads hier zijn ontwikkelingssamenwerkers. Sommigen wonen in, naar hun eigen mening ook, veel te grote huizen. Al met al worden er miljoenen aan ontwikkelingshulp/werk naar Nepal gesleept en zo langzamerhand begint ons het gevoel te bekruipen dat dit alles wel eens contraproductief zou kunnen werken. Nepal lijkt verslaafd aan ontwikkelingshulp. Een hele positieve wending hebben we daar nog niet aan kunnen geven..

Ook in ons ziekenhuis zien we regelmatig Duitse team komen die hun westerse ideeën projecteren op de Nepalese situatie. Het gevolg is dat men doelen stelt die niet realistisch zijn en voostellen doet waar het ziekenhuis niet verder mee geholpen wordt. Dit alles wordt met een opgetrokken wenkbrauw en een poging tot glimlach geaccepteerd door de Nepalezen. Wetende dat het initiatief of de verandering toch niet zal standhouden. Er zijn maar weinige ‘westerlingen’ die de lokale situatie goed lijken te interpreteren en dat verbaast ons na 14 jaar ontwikkelingshulp in dit ziekenhuis. Aan de andere kant geeft dit ook aan dat de juiste vorm van ontwikkelingshulp nog niet zo gemakkelijk te vinden is en dat ontwikkelingswerk eigenlijk alleen op professioneel niveau zou moeten gebeuren. Hoe goed bedoeld alle initiatieven ook zijn. Gelukkig heeft de projectleider van dit ziekenhuis, Hein, wel begrepen hoe de vork in de steel zit.

Wandelend door “Landruk”, op achtergrond de Annapurna zuid

In een heldere februari week hebben we een trekking nabij de Annapurna bergen (7-8000 meter hoog) met de kids gemaakt. Een prachtige tocht, langs de tea-houses. We hebben aangenaam afgezien; koude nachten met z’n vijven tegen elkaar aan slapen op de harde bedden en kinderen die gek genoeg dubbel zo vaak boven de smerige beerputten willen hangen. ’s Morgens genoten we het vroege ochtendlicht tegen de enorme bergen (de Annapurna en de Fishtale) aan, waar we zo dichtbij waren. Met gids en porters (dragers) zijn we op pad gegaan. Elk kind had een porter die voor hen een op maat gemaakte nepalese mand op z’n rug droeg. Daarin hebben ze comfortabel van de Himalaya kunnen genieten, benen bungelend boven de afgrond. Terwijl Bram het steeds over “zijn chauffeur” had, vroeg Merel zich elke ochtend af: ”Waar gaan we heen?”, om vervolgens als een godin in slaap te vallen en over de steilste stijgingen en diepste dalen gedragen te worden, met paraplu tegen felle zon of tegen de stromende regen wanneer we door een wolk ons volgende doel moesten bereiken. Hopelijk blijft ze deze ervaring bij, ze moeten wel genoten hebben. Na een paar dagen zwoegen heb je de neiging zelf in zo’n mand te gaan zitten.

.

kinderen in de manden van de dragers

Surgical camp Dadagaun

We hebben een surgical camp gedaan in Dandagaon in de bergen ten oosten van Kathmandu, samen met het Duitse stel die met 2 kleine kinderen in dit extreem armoedig dorp wonen en de Health post bemannen. Zij spreken een aardig woordje Nepalees dat goed van pas kwam tijdens het camp. Drommen patiënten drongen zich op bij de gammele hut waar we de screening deden. ’s Middags hebben we onder primitieve omstandigheden ingrepen gedaan. Het merendeel van de chirurgische patiënten zijn naar ons ziekenhuisje verwezen dat op 3-4 uur lopen van het dorp ligt. Het Duitse stel zit er middenin, spreken Nepalees en zijn onderdeel van het Tamang (etnische groep) dorp geworden, waar zij te midden van de hutten en het vee hun eigen water put en groentetuintje moeten verdedigen. In dat dorp zijn alle bezittingen van iedereen. Het is dan ook geen uitzondering dat er een vreemdeling in het huis komt slapen, die er na een paar dagen maar weer eens zachthandig uitgegooid dient te worden. In de dagen die we bij hen spendeerden hebben we nog eens half zoveel van de cultuur leren kennen als in de tijd dat we hier zijn.

Alice aan het werk tijdens camp

operatie met zaklamp tijdens camp

 Na meegelopen te hebben in Bir Hospital, het oudste ziekenhuis van Nepal, midden in Kathmandu, Dulikhel Hospital in het oosten, het nieuwste, grootste en waarschijnlijk beste ziekenhuis van Nepal, en met een Australisch plastisch chirurgisch team gewerkt te hebben in een missie ziekenhuisje in Banepa, beginnen we de moeilijke situatie van ons plastisch chirurgisch ziekenhuis buiten Kathmandu beter te begrijpen… Ziektekosten verzekering is een nog grotendeels onbekend begrip in Nepal. Patiënten kunnen vaak maar een klein deel van hun behandeling betalen zeker in een ziekenhuis als het onze dat zich voornamelijk richt op de armeren van Nepal. Op een brandwonden congres in Kathmandu werd duidelijk dat de patiënten met brandwonden (die wij veel behandelen), meestal de minder gestelde Nepalezen, een zorgenkind zijn in het systeem. Ziekenhuizen willen deze patiënten liever niet hebben omdat de familie vaak weinig kan betalen, de patiënten lang in het ziekenhuis liggen en een dure behandeling nodig hebben. Daarnaast hebben de ernstig verbrandde patiënten ook nog een grote kans van overlijden. Ook dat is niet goed voor de naam van je ziekenhuis. Inkomsten worden in ziekenhuizen vaak gegenereerd door donaties, inkomsten uit opleidingen van verpleegkundigen of specialisten (maar daarvoor moet je een algemeen ziekenhuis zijn) of door de banden met de overheid. Daarnaast zijn er machtige Labour Unions (vakbonden) actief in de grotere bedrijven die er een sport van maken om de werknemers tegen het bedrijf op te ruien. Deze stellen dan onmogelijke eisen als 100% loonsverhoging, 10.000 euro gratis lening per werknemer om een huis te bouwen, et cetera. Vaak ontstaan deze eisen ook door interne politieke tegenstellingen, etnische verschillen of domweg onwetende werknemers die zich laten misbruiken door hun vakbonden. Er wordt veel gestaakt en bedrijven liggen soms weken stil waardoor sommige zelfs failliet gaan. Al met al vormt het nogal een uitdaging om “ons” prachtige ziekenhuis over te dragen aan “de Nepalezen” in een systeem dat niet echt meehelpt….

De strijd om de eiwitten wordt meestal verloren                                                                                                                                                                                Nu het koude seizoen afgelopen is komen er gelukkig minder patiënten aan in ons ziekenhuis met brandwonden en kunnen we de balans opmaken. Tientallen patiënten hebben ons ziekenhuis de afgelopen periode gevonden en de brandwonden varieerden van kleinere, tweedegraads brandwonden tot extreem grote, overwegend derdegraads brandwonden. In principe hebben wij geen capaciteit om acute brandwonden op te vangen aangezien deze patiënten vaak intensieve zorg behoeven met ondersteuning van bijvoorbeeld ademhalingsapparatuur en medicatie om het hart te stimuleren. Deze zorg kunnen wij niet leveren aangezien wij geen intensive care hebben. Maar in de hele vallei (meer dan 2 miljoen inwoners) zijn er maar enkele intensive care bedden en deze zijn meestal bezet en zijn daarnaast ook erg duur, dus alleen voor de welgestelden. De minder bedeelde Nepalezen komen dus bij ons en hopen dat de goedkope / gratis zorg hun familielid toch kan helpen. Oudere patiënten met grote brandwonden hebben geen overlevingskans. Zo werd een 70 jarige dame met meer dan 70% van haar lichaamsoppervlak verbrand niet geopereerd aangezien er geen overlevingskans was. Ook in ons Nederlandse systeem had zij waarschijnlijk niet kunnen overleven. Maar er komen ook patiënten binnen met 40-50% van hun lichaamsoppervlak verbrand. Het probleem is dat deze patiënten niet alleen enorm veel vocht verliezen door het grote wondoppervlak, maar ook enorm veel eiwitten. Op een Nederlandse intensive care kan dit allemaal probleemloos gecompenseerd worden, een van de vele zakjes die aan de infuusstandaard hangen. Maar hier in Nepal kost een “zakje eiwit” omgerekend 60 euro. Dit moet dan dagelijks gegeven worden en dat is voor bijna iedere Nepalees onbetaalbaar… Daarnaast zou alle diep verbrandde huid (3e graads) operatief verwijderd moeten worden en vervangen door huidtransplantatie. Maar hierdoor wordt het wondoppervlak van de patiënt nog verder vergroot en verlies deze nog meer vocht en eiwitten… Het gevecht om de eiwitten blijkt bijna altijd verloren te worden terwijl deze patiënten in Nederland een redelijke kans van overleven zouden hebben. Als het slechter gaat met de patiënt dan wordt de familie nog aangeboden om de patiënt te verwijzen naar een kliniek met intensive care. De familie moet dan een afweging maken tussen een kans op leven voor hun dierbare of het verkopen van een stuk grond / een deel van het vee, of zelfs hun huis om zo de kosten van de verdere behandeling te kunnen dekken. Als zij voor hun familie lid zouden kiezen dan zou dit betekenen dat zij waarschijnlijk de rest van hun leven in armoede zouden moeten leven en hen kinderen bijvoorbeeld niet meer naar school zouden kunnen laten gaan. Dit betekent een vicieuze cirkel waaruit nauwelijks meer te ontsnappen is. We begrijpen tegenwoordig dan ook waarom het familielid meestal mee naar huis wordt genomen om daar te sterven. De grenzen van de mogelijkheden, en dus het leven, zijn hier duidelijk tastbaar.

Festival Bhaktapur

Het Nepalese oud en nieuw hebben we in Bhaktapur gevierd op 14 April. Ondanks dat we ons die avond in een eeuwen eerder geleefd tijdperk leken te bevinden vierden we 2069! De stad an sich is een prachtig overblijfsel uit vroegere tijden. Huizen en tempels uit de 14e-16e eeuw die de aardbeving van 1934 hebben overleefd maken er de sfeer. Op deze indrukwekkende avond hebben wij het Nieuwjaars ritueel kunnen bekijken. Midden op een van de grote pleinen staat een 20 meter hoge versierde boomstam. Aan het einde van de avond klimt er een aantal aapachtig jongens in en weer naar beneden. Net nadat zij de grond weer bereikt hebben wordt in 6 richtingen aan touwen getrokken opdat de boomstam in nog onbestemde richting tegen de vlakte dendert te midden van de gillende mensen massa. Beetje vergelijkbaar met het Baskisch festijn om voor loslopende stieren uit te rennen. De menigte bestond uit zo’n 10.000 mensen die gierend van de pret, duwend en trekkend proberen op tijd de boom te ontwijken. Met de kids op onze nek en twee op de arm hebben we op relatief veilige afstand kunnen mee joelen om na de plof tevergeefs een doodlopende steeg in te vluchten.

Daarna wordt er aan “Temple-pulling” gedaan waarbij een eeuwen oude tempel op houten wielen in een daarvoor aangelegd spoor de heuvel op wordt getrokken. Het met mensen volgehangen gammele gevaarte wordt in horten en stoten naar boven gesjord door tientallen touwtrekkers. Beelden schudden alle kanten op en achter het typische rood gouden groezelige gordijntje kijkt een heilige stoned toe. Eenmaal boven aangekomen wordt de tempel weer de heuvel afgeduwd, waar hij zich met een noodgang de mensen massa doorboort. Als er dan nog geen doden zijn wordt feest in de omliggende kroegen uitgevierd. Trouwens ook als er wel doden zijn. Hoort een beetje bij het ritueel. Ook dit jaar is er iemand in tweeën gereden door een van de houten wielen (meer dan twee meter doorsnede). Wellicht al 1000 jaar (niemand weet het precies) lang mag dat de jaarlijkse feestvreugde niet drukken. Vorig jaar heeft Hein een man met een los hangende voet waarover de tempel reed, de ambulance ingeladen en naar ons ziekenhuis versleept voor re-implantatie. Altijd handig zo’n ambulance bij de hand.

“tempel pulling” Bhaktapur

“tempel pulling” Bhaktapur

Onze periode in Nepal loopt ten einde. We hebben het gevoel een ziekenhuis, een land en zijn volk goed te hebben leren kennen hoewel het aantal vragen zonder antwoord nu groter is dan voorheen. Ontwikkelingszorg blijft interessant. We denken een goede bijdrage te hebben geleverd in het ziekenhuis en hebben zelf gaandeweg ook veel geleerd. De openheid van het volk liet zich wellicht het beste openbaren door een spel dat onze kinderen verzonnen hadden. Als ze zich weer tijdens een van de lange ritten achter in de ambulance door de drukke straten van Kathmandu moesten vermaken dan draaide zij de ramen open en staken hun hoofden links en rechts naar buiten en riepen dan naar iedere voorbijganger enthousiast: “Namaste!” (goedendag). Degene met de meeste reacties aan het einde van de rit had natuurlijk gewonnen. De hoeveelheid en de aard van de reactie van de mensen op straat heeft ons iedere keer weer doen smelten. Ieder gezicht vrolijkte op. Zelfs de meest chagrijnige koppen veranderde in breed grijnzende gezichten en riep vrolijk “Namaste” terug. Motoren bleven naast de auto rijden om vragen te stellen en hele verhalen uit te wisselen met de kinderen zonder dat er iets anders dan gezelligheid en interesse achter leek te zitten. Kortom, een volk om in je hart te sluiten. Dat er onder die vrolijke laag nog een aantal andere lagen schuilgaan die het leven hier af en toe flink moeilijk kunnen maken hebben we uiteraard ook geleerd.

Toch, het prachtige land, het klimaat, de exotische vogel geluiden waarmee de dag hier begint, het gezellige ziekenhuisje met de mooie uitzichten op de vallei, en vanuit de operatiekamers op onze kinderen spelend met de patiënten op het gras, het karakter van het volk en de mensen met wie we werken en alle patiënten die we hebben kunnen helpen, van wie sommigen ons trouw uitzwaaiden of soms zelfs onze koffers de ambulance in tilden bij een of ander uitstapje, en nog onnoemelijk veel meer aspecten geven ons gezin een ervaring mee waardoor we een nieuwe kijk op het leven hebben gekregen die we in geen mogelijkheid meer kunnen verliezen.

Wij willen iedereen die ons gesteund heeft hartelijk danken; vrienden, familie en natuurlijk onze sponsoren zonder wie dit absoluut niet mogelijk was geweest!

Namaste!

Alice, Jan-Paul, Doortje, Bram en Merel

handjes met “henna” van patientje met cleft hand

Doortje met Tibetaanse vriendin

Himalaya view, Mount Everest

tijdens een van de vele wegopbrekingen

bus in de bergen

Posted 21 april 2012 by Alice en Jan-Paul

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: